<p>Cees Galj&eacute;, Antoon Schalkwijk en Erwin van Wijk halen in het verenigingsgebouw - met foto&#39;s en materiaal - herinneringen op aan 100 jaar duivensport bij de Groene Olijftak.</p>

Cees Galjé, Antoon Schalkwijk en Erwin van Wijk halen in het verenigingsgebouw - met foto's en materiaal - herinneringen op aan 100 jaar duivensport bij de Groene Olijftak.

(Foto: Lysette Verwegen)

Honderd jaar duivensport bij De Groene Olijftak

  •   keer gelezen

IJSSELSTEIN • Bij het ophalen van herinneringen aan 100 jaar Groene Olijftak vliegen niet alleen de duiven, maar ook herinneringen, foto’s en materiaal over de tafel. De mijlpaal van de IJsselsteinse duivensportvereniging is exact op de dag van het interview in het verenigingsgebouw aan de Heemradenlaan: 21 oktober, toen een eeuw geleden de duivensportvereniging werd opgericht. 


Antoon Schalkwijk (89) is oud-voorzitter/-secretaris/-penning-meester/-keurmeester. Hij lacht: “Alles met oud: ook in leeftijd en met 74 jaar ook het langst lid van de vereniging.” Hij zat vanaf dat hij kon lopen tussen de duiven. “Mijn opa hield duiven, mijn vader en drie ooms en na mij ook mijn zoon.” Zijn herinneringen gaan het verst terug: “Ik weet niet waarom de vereniging is opgericht, maar wel – uit de overleveringen – dat het begon in café De Struik, waar ook verkoop en tentoonstellingen werden gehouden, daarna naar café De Punt, in 1947 naar Thomas Van Doorn, vervolgens naar twee locaties aan de Achtersloot en sinds begin jaren ’80 aan de Heemradenlaan.” Er komen foto’s op tafel bij het voormalige hotel (tegenwoordig Citybed) waarvan Van Doorn eigenaar was en er wordt gegist naar het jubileum en of de muzikanten van Excelsior of Amicitia zijn. De verhuizing naar het eigen gebouw aan de Heemradenlaan is wel bekend: “Laden en lossen aan de Achtersloot werd te moeilijk: er kwamen manden in de sloot terecht en de vereniging groeide met 100 leden uit haar jasje”, weet huidig voorzitter Erwin van Wijk.

Jeugdleden

Van Wijk begon in de jaren ‘80 als jeugdlid. “’Dat zijn de veertigers van nu”, lacht hij. “Als jeugdlid kon je met duiven vliegen onder begeleiding en aansprakelijkheid van je ouders.” Ook bij hem zitten de duiven in de genen. “Mijn vader houdt duiven en ook mijn zoon heeft interesse.” Zelfs echtgenote Miranda is fanatiek. En zo zijn er meer ‘duivenechtparen’: “Het thuisfront moet het minstens goed vinden, want er gaat veel tijd in de duiven zitten.”
Hoe anders ging dat bij Cees Galjé, oud-vicevoorzitter en voorzitter van de jubileumcommissie. “Ik moest lid worden omdat mijn dochter Anouk jeugdlid wilde worden.” Als kleine jongen had hij duiven, maar toen de liefde - Tilly - in zijn leven kwam, was er voor de duiven geen plaats. “Duiven in de til, Til uit de til, was de slogan.” Schalkwijk lacht: “Dat heeft hij hier nog vaak moeten horen.” De duiven ‘slopen’ huize Galjé in toen er een hokje werd gebouwd voor een in de tuin gestrande Franse duif met een gebroken pootje. “Dat vond Tilly goed, en zo werd het hok steeds verder uitgebreid en werd ook Anouk een duivenliefhebster.”Dat laatste is de term die de duivenhouders het liefst horen. “De term duivenmelkers zet mensen op het verkeerde spoor; het klinkt als iets van de boerderij - melken. Maar daar heeft het niets mee te maken; we zijn gewoon duivenliefhebbers die graag en veel over onze duiven praten”, legt Galjé uit.

Fanatiek

De duivensport kent vooral fanatieke liefhebbers. Galjé: “We zijn gedreven, gepassioneerd om onze duiven in goede conditie te brengen zodat ze goed vliegen. Met alle respect voor het dierenwelzijn.” Van Wijk vult aan: “De duiven zijn onze topatleten; de renpaarden van de lucht. Die koesteren we.” Vooral de lange vluchten zijn populair bij de Groene Olijftak. “Vluchten waarvoor ze minstens tien uur moeten kunnen vliegen. En dan moet alles kloppen: de conditie, het verenpak, gezondheid en motivatie.” Dat laatste is een spel apart. Zo is er het weduwschapspel; als de doffer en duivin nog even bij elkaar worden gelaten net voor het inkorven en de reis naar de losplaats. “Wij denken dat ze dan sneller terugkomen”, legt Galjé uit. “Ook al is het thuisfront niet altijd trouw”, vult Schalkwijk met een knipoog aan. “Duiven zijn net mensen. Maar er zijn koppels die aan elkaar verknocht zijn en jaren bij elkaar blijven. De echte duivenliefhebber kent zijn/haar duiven.” Vals spelen is er in 100 jaar niet bij. “In het oude Julianawijk woonden we dicht bij elkaar en we seinden, want er was geen telefoon. In Benschop gingen we op de fiets bij elkaar kijken. De oudste klokken, net als de moderne elektronische klokken, waren secuur afgesteld, want elke seconde telt.” België en Nederland zijn leading in de duivensport, die inmiddels prijkt op de Wereld Erfgoedlijst.

door Lysette Verwegen

Lysette Verwegen
Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten