<p>Ilse Pijnacker is met collega Diede van der Zee een van de twee faalangsreductietrainers op het Minkema College. Foto: Paul van den Dungen</p>

Ilse Pijnacker is met collega Diede van der Zee een van de twee faalangsreductietrainers op het Minkema College. Foto: Paul van den Dungen

(Foto: )

‘Faalangst leerling goed te behandelen’

  •   keer gelezen

Faalangst. We hebben er allemaal wel eens van gehoord en er zelf misschien ook last van gehad. Erg vervelend maar het betekent zeker niet het einde van de wereld. Faalangstreductietrainer is geen woord voor Scrabble of Galgje, maar je zou er erg hoge ogen mee kunnen gooien.


Woerden - Een van de twee trainers op het Minkema College in Woerden is Ilse Pijnacker. Ondanks haar zwangerschapsverlof was zij zo vriendelijk om een toelichting te geven op dit onderwerp. Samen met haar collega Diede van der Zee begeleidt zij de leerlingen die van faalangst een zodanige hinder ondervinden dat zij daardoor in een sociaal isolement dreigen te komen. Ilse: “Vaak komt in de mentoren besprekingen of de rapportvergaderingen dit onderwerp naar voren. Wanneer een leerling wordt doorverwezen volgt er een intake waarin wij op zoek gaan naar mogelijke oorzaken. Zo leren wij de beweegredenen beter kennen en vinden we misschien dieperliggende oorzaken.” Op het Minkema College wordt deze faalangstreductietraining gegeven aan leerlingen van zowel de brugklas tot aan 6 VWO. Een training bestaat uit 6 bijeenkomsten met maximaal 8 leerlingen. Er zijn zo’n drie tot vier trainingen per jaar. Als de training is afgesloten vindt er later nog een opfriscursus plaats. Faalangst kan lichamelijke reacties oproepen, door bijvoorbeeld een verhoogde hartslag, transpireren, moeilijke ademen, zenuwachtig gevoel in je buik, maar ook meer specifieke kenmerken als blozen, stotteren, een laag zelfbeeld, extra lang werken, perfectionisme, uitstelgedrag of een slechte nachtrust. Ilse Pijnacker: “Belangrijk voor de leerling is het erkennen van het gevoel. Faalangst komt evenredig veel voor bij zowel jongens als meisjes. Vanwege corona langdurig niet op school kunnen zijn en op een andere manier te hebben moeten leren heeft ons geen antwoord gegeven of er daardoor meer of minder faalangst is ontstaan. Bij het erkennen van het faalangstgevoel bij de leerlingen spelen wij een spel waarbij omdenken een belangrijke rol speelt. In het werkboek worden dezelfde vragen gesteld aan zowel de leerling als hun ouders.” In de training worden tips en trucs gegeven voor het maken van toetsen, maar ook wat men kan doen om zich even te ontspannen. Het anders leren denken heeft effect op wat je voelt. Je leert dat gedachten kunnen helpen maar zeker ook kunnen belemmeren. Gebeurtenissen met daaraan gekoppeld een zowel positief als een negatief voorbeeld geven een duidelijk beeld. “Zelfs als je struikelt ben je in beweging” is hier een mooi voorbeeld van, waarin het negatieve (struikelen) na “omdenken” in iets positiefs (toch in beweging) wordt omgebogen. “Tijdens de vijfde trainingsbijeenkomst spelen de vingers van je hand een hoofdrol”, zegt Ilse. Iedere vinger is aan het einde van het trainingsproces een hulpmiddel waar de leerlingen zich aan vast kunnen klampen in tijden van een onverhoopte terugval en die een serieuze opleving van hun angsten kan voorkomen.

door Paul van den Dungen

“Zelfs als je struikelt ben je nog in beweging” dat is omdenken

Elke woensdag het nieuws uit Zenderstreeknieuws per e-mail
Meer berichten
 

Agenda

Organiseert u een evenement?
Laat het ons weten!

Klik hier