Enquête (2)
Vorige week beschreef ik mijn scepsis ten aanzien van de corona-enquête, en de weemoed waarmee ik terugdenk aan de legendarische RSV enquête in de jaren 80. Meeslepend drama; emotioneel, authentiek, met kleurrijke hoofdpersonen en uiteenlopende herkenbare karakters. Beroepsacteurs hadden hier niet tegenop gekund.
Gedenkwaardig was het optreden van president-commissaris Jan de Vries, prototype van een gepensioneerde CEO met zijn schaapjes ruimschoots op het droge. Zijn optreden had bijna iets tragisch. Als het niet zo’n onaangenaam mens was had je medelijden met hem kunnen krijgen. Eigenlijk had een PR-adviseur hem tegen zichzelf moeten beschermen, al was de Vries waarschijnlijk te eigengereid om naar adviezen te luisteren.
Vanaf het eerste moment deed hij geen enkele poging om zijn stuitende arrogantie en minachting voor de enquêtecommissie te verhullen. Al snel bleek dat de Vries, eigenaar van een Schots eiland, meer dan een ton had gedeclareerd, onder meer voor vluchten met zijn privéhelikopter. Allemaal op kosten van de belastingbetaler en RSV, dat hij hautain omschreef als een sociale werkplaats. In contrast daarmee was het timide optreden van directeur Stikker, die regelmatig pijnlijke stiltes liet vallen. Komische noot was de frequente verschijning van topambtenaar Molkenboer, die een persiflage van Wim de Bie had kunnen zijn. Corpulent, driedelig grijs pak, karikaturaal kakkineus, maar wél vlijmscherp.
De definitieve doodsklap voor RSV was uiteindelijk een mislukte poging om in de VS kolengravers te verkopen. Daarvoor was men in zee gegaan met de dubieuze zakenman Stacey, die voortdurend met stapels dollarbiljetten rondliep omdat hij geen creditcards kon krijgen. Een weergaloos Hollywood-scenario. Ja, dát waren nog eens tijden!