Opvangplekken realiseren in de regio
Regio - IJsselstein, Montfoort en Lopik staan voor een concrete opgave: de drie gemeenten moeten samen 355 opvangplekken voor asielzoekers realiseren. Asielminister Van den Brink publiceerde nieuwe cijfers op basis van de Spreidingswet.
Landelijk moeten er in 2027 in totaal 88.000 opvangplekken zijn. Die opgave vertaalt zich naar provincies en vervolgens naar gemeenten. Voor de provincie Utrecht gaat het om 7.542 plekken. Ruim 4.500 daarvan zijn al geregeld, maar bijna 3.000 plekken moeten nog worden ingevuld. Eind dit jaar doet de provincie Utrecht een voorstel aan het Rijk voor de definitieve verdeling. Als gemeenten er onderling niet uitkomen, kan de minister zelf een verdeelbesluit nemen.
Gemeenten kunnen schuiven
Gemeenten kunnen onderling afspraken maken over wie welk deel van de opgave invult. Wie relatief veel statushouders huisvest of opvang biedt aan Oekraïense ontheemden, kan in theorie minder reguliere asielopvang realiseren. Bestuurlijk staat dit bekend als het ‘kwartetspel’.
IJsselstein: 185 plekken
Voor IJsselstein bedraagt de taakstelling 185 opvangplekken. De gemeente heeft tot nu toe geen structurele of permanente opvanglocatie via het COA. In het verleden bood IJsselstein tijdelijk onderdak in sporthallen, maar die tijdelijke opvang telt niet altijd mee voor de officiële taakstelling.
Montfoort: 85 plekken
Montfoort moet 85 plekken realiseren. Ook hier zijn geen grote, permanente opvanglocaties aanwezig. De gemeente vangt wel Oekraïense ontheemden op en werkt aan plannen om bestaande panden mogelijk geschikt te maken voor bredere opvang. Montfoort werkte de afgelopen jaren steeds vaker samen met omliggende gemeenten om de spreidingsopgave gezamenlijk in te vullen.
Lopik: 85 plekken
Lopik heeft eveneens een taakstelling van 85 plekken. De gemeente onderzoekt of het voormalige MOB-complex in Benschop geschikt is als AZC-locatie. Die locatie zou niet alleen Lopiks eigen taakstelling kunnen invullen, maar ook ruimte kunnen bieden aan IJsselstein en Montfoort. Het gaat vooralsnog om plannen; definitieve keuzes moeten politiek worden vastgesteld en ruimtelijk worden getoetst.
In alle drie de gemeenten draait de komende maanden om dezelfde vraag: hoe kunnen opvangplekken worden gerealiseerd die structureel meetellen voor de officiële taakstelling, zonder te veel druk op de lokale leefomgeving, en met voldoende bestuurlijk draagvlak?