Hoe zou u de bovenstaande titel van deze column uitspreken? Waarschijnlijk als ‘iemeel’, verwijzend naar berichten die per computer worden verstuurd. Maar eigenlijk zou u het als ‘émaj’ moeten uitspreken.
Voor de computerberichten is de correcte spelling ‘e-mail’, met een streepje, oorspronkelijk een afkorting van ‘electronic mail’... Maar wie herinnert zich dit nog?
En wie weet nog wat er met ‘email’ (‘émaj’ dus) bedoeld wordt?
Emailleren is een duizenden jaren oude techniek, maar wordt nog altijd toegepast. Simpel gezegd is email een soort glazuurlaag met gesmolten glas als hoofdbestanddeel.
Veel generaties – en ik ook – zijn opgegroeid met geëmailleerde potten en pannen in de keuken. IJzeren pannen met een slijtvaste coating, die vaak steenrood of olijfgroen van kleur was.
De potten en pannen zijn meestal verfraaid met een goudkleurig biesje, of ook heel bekend: grijs gewolkt (‘hamerslag’).
In kringloopwinkels (in IJsselstein hebben we er maar liefst drie) kunnen liefhebbers nog wel eens wat van dit ouderwetse keukengerei vinden.
Naast ‘e-mail’ zijn er sinds het aanbreken van het computertijdperk met de daaruit voortvloeiende voor- en nadelen veel woorden aan onze vocabulaire toegevoegd, of van betekenis veranderd.
Naast ‘staakt het vuren’ betekent het woord ‘bestand’ tegenwoordig ook ‘een geordende hoeveelheid digitale gegevens’.
Het woord ‘software’ (dat helemaal niets met beddengoed te maken heeft) bestaat nog niet zo lang, en is een aanduiding van ‘programma’s en besturingssystemen’.
Het woord ‘hardware’ heeft een langere geschiedenis. In westerns zie je vaak van die uit hout opgetrokken stadjes met revolverhelden te paard, en naast de onvermijdelijke ‘saloon’ en ‘county jail’ ook een ‘hardware store’ voor de aanschaf van gereedschap en – uiteraard – vuurwapens.
Tot zover de (non-)digitale vocabulaire.