Zonnewende (2)

Vorige week uitte ik – niet voor het eerst – mijn zorgen over het aantasten van onze vaderlandse tradities onder druk van geïmporteerde dominantie.

Ik vraag me daarbij soms wél af hoe vaderlands “onze” tradities zijn. Kerstmis en Sinterklaas zijn eigenlijk christelijke aanpassingen van Germaanse tradities.

Je zou kunnen zeggen dat het vermengen van Germaanse met joods-christelijke tradities in de Nederlandse cultuur het resultaat is van mediterrane religieuze expansie (of kolonisatie), en dat de groeiende invloed van de islam in onze samenleving een logische voortzetting daarvan is.

Niettemin is duidelijk dat de christelijke – en zéker de joodse – tradities in onze samenleving onder vuur liggen.

Dat geldt met name voor Chanoeka. Met de stuitende taferelen van agressieve Palestina-aanhangers bij het Amsterdamse Concertgebouw op 14 december in gedachten zou je kunnen vrezen dat – althans in Amsterdam en wellicht ook in andere grote steden – dit joodse lichtfeest binnenkort weer net zo verborgen moet worden gevierd als destijds tijdens de Tweede Wereldoorlog in Het Achterhuis.

Er ontstaan ook nieuwe taboes; bij de recente Oudejaarsconferences blijven sommige maatschappelijke problemen angstvallig onbesproken.

Gelukkig zie ik in ons gemoedelijke IJsselstadje enkele tradities fier overeind blijven. De reuzenkerstboom werd vorige maand weer feestelijk ontstoken, en de Kerstavond van mevrouw Klein Sprokkelhorst herleefde.

Tegelijkertijd hoop ik vurig dat het overslaan naar (delen van) IJsselstein van de groeiende landelijke “traditie” van oudejaars-oorlogvoering tegen politie en brandweer een halt wordt toegeroepen.

Over het vuurwerkverbod heb ik overigens dubbele gevoelens. Ik vrees dat voortaan illegale knalbommen siervuurwerk gaan vervangen.

Om positief te eindigen: bij de recente hevige sneeuwval werd mijn vastgelopen auto meerdere malen los geduwd door voorbijgangers. Hulde!